GON ST

Ondersteuning van de leerling

  • Stimuleren van de algemene spraak- en taalontwikkeling overeenstemmend met de thema’s en vakken van de klas
  • Specifieke spraak- of taalondersteuning ifv de noden van de leerling
  • Communicatievaardigheden stimuleren
  • Integratie ondersteunen en stimuleren
  • Sociaal-emotionele ondersteuning : welbevinden, sociale vaardigheden, vriendschap, …
  • Leerhouding en werkgedrag : huiswerkplanning, organisatie, motivatie, concentratie, werktempo, …

Ondersteuning van de leerkracht(en)

  • Informatie verstrekken i.v.m. de taalproblematiek
  • Tips geven en oplossingen zoeken voor eventuele problemen

Voorwaarden GON Type 7 - Spraak en taal

  • Voor kinderen jonger dan 6 jaar :
    • diagnose kinderafasie
    • vermoeden van ontwikkelingsdysfasie waarbij duidelijk is dat er nood aan ondersteuning nodig is
  • Vanaf 6 jaar :
    • diagnose ontwikkelingsdysfasie of kinderafasie
  • Diagnose gesteld door een ‘erkend multidisciplinair team’. Dit houdt in dat de diagnose van kinderafasie of ontwikkelingsdyfasie door een erkend multidisciplinair team dient te gebeuren. Naast het ‘erkend multidisciplinair team’ legt het M-decreet ook de betrokkenheid van een aantal disciplines op. Met name gaat het hier om een team dat minstens een logopedist, audioloog en NKO-arts bevat. Diensten die al deze disciplines ‘in huis’ hebben zijn niet erg talrijk en dit zorgt in de praktijk voor problemen (gebrek aan aanbod + zeer lange wachtlijsten).
  • Daarom worden een aantal afspraken gemaakt ter verduidelijking :
    • Onder ‘erkend gespecialiseerd team’ vallen de Centra Ambulante Revalidatie (CAR) en de Centra voor Ontwikkelingsstoornissen (COS). Zelfs al is er geen NKO-arts of audioloog verbonden aan de dienst. Voor een diagnose die door een COS of een CAR gesteld werd is geen bijkomend onderzoek door NKO of audioloog nodig. Het CLB-team brengt de onderwijsbehoeften multidisciplinair in kaart die de doorslag zullen geven om al dan niet tot een gemotiveerd verslag of verslag te komen.
    • Diagnoses (vermoeden van) ontwikkelingsdysfasie of kinderafasie die door andere multidisciplinaire teams zijn gesteld, kunnen enkel aanvaard worden als de vereiste disciplines betrokken waren.
    • Voor kinderen jonger dan 6 jaar is een vermoeden van ontwikkelingsdysfasie (gesteld door een erkend team) voldoende om in aanmerking te komen voor een gemotiveerd verslag of verslag indien de onderwijsbehoeften van die aard zijn dat er een zeer duidelijke nood is aan ondersteuning geïntegreerd onderwijs of een nood is aan een type 7 onderwijssetting. Er dient wel een afspraak gemaakt te worden op welk moment dit ‘vermoeden van’ geherevalueerd wordt. Deze herevaluatie moet, in overleg met het betrokken erkende team, binnen een redelijke termijn gebeuren zonder in rigiditeiten te vervallen. Richtlijnen als overgangsmaatregel voor schooljaar 2015 - 2016
    • Voor type 7 spraak-taal is het ‘apart verzamelen’ van informatie bij logo, audioloog en NKO-arts niet voldoende om tot een kwaliteitsvolle diagnostiek van ontwikkelingsdysfasie te komen. Indien onafhankelijke actoren (logo, audioloog, NKO, neuropsycholoog,…) een diagnose stellen of elementen die kunnen leiden tot een diagnose aanleveren, voorzien we als overgangsmaatregel dat het CLB minstens twee actoren met elkaar in contact brengt om de aangeleverde elementen af te stemmen in functie van de diagnosestelling.