Wat is ontwikkelingsdysfasie?

1.1. Situering:
Naast de verlate en de vertraagde spraak-/taalontwikkeling (VSTO), spreekt men soms ook van gestoorde taalontwikkeling of taalontwikkelingsstoornis (TOS). Er is sprake van een stoornis in de opbouw van de taal.

Ontwikkelingsdysfasie (OD) is een aangeboren taalontwikkelingsstoornis, d.w.z. aanwezig vanaf het begin van de taalontwikkeling. Er is sprake van een beperkt aangeboren taalvermogen, zonder aanwijsbare neurologische afwijkingen. Bij een meertalige opvoeding manifesteren de taalproblemen zich in de verschillende talen.
De prevalentie van ontwikkelingsdysfasie wordt geschat op 3 %.

Verder wordt een onderscheid gemaakt tussen primaire en secundaire taalontwikkelingsproblemen. De secundaire zijn te kaderen binnen een bredere problematiek, vb. autisme of doofheid. De primaire daarentegen zijn niet te verklaren vanuit zintuiglijke, intellectuele of emotionele problemen.

OD is een primaire taalontwikkelingsstoornis. Het betreft een hardnekkige problematiek. De therapieresistentie is een belangrijk criterium in het stellen van de diagnose. Daarnaast valt bij OD het grillig, gestoorde taalprofiel op.

Bij (kinder)afasie gaat het om een verworven taalstoornis, als gevolg van een opgelopen hersenletsel.

OD komt geregeld voor met andere stoornissen (co-morbiditeit) zoals leerproblemen/leerstoornissen, ADHD, ASS, DCD, ….

1.2. Stoorniskenmerken:
(Bron Prof. Dr. I. Zink, symposium Ontwikkelingsdysfasie, KU Leuven, 07.02.13)

vertraagde verwerking van informatie en zwak taalbegrip
Problemen met:

  • auditieve aandacht – verwerking – geheugen
  • samengestelde instructies
  • abstracte taal (bv tijdsbegrippen)
  • figuurlijke taal
  • begrippen met meer dan 1 betekenis
  • hoog tempo (verwerkingstijd nodig)
  • zaken buiten hier en nu
  • onthouden en reproduceren van verbale informatie (liedjes, versjes, definities)

problemen om zich uit te drukken (=productie)

  • ernstige fonologische problemen
  • verbale ontwikkelingsdyspraxie
  • beperkte woordenschat
  • ernstige woordvindingsproblemen
  • parafasieën
    • klank: fonemisch (bv wafel ipv tafel)
    • woord: semantisch (bv appel ipv peer)
    • neologistisch (bv mizo tegen bord)
  • verhaspelingen
  • dysgrammatisme/ agrammatisme
  • onvloeiend spreekgedrag (dit is niet stotteren)
  • zwakke verhaalopbouw, onsamenhangend vertellen

beperkt vermogen om wederzijds te communiceren

  • problemen beurtnemen – beurt wisselen (ook o.w.v. beperkt/ verkeerd begrip van vraagwoorden)
  • te weinig rekening houden met voorkennis
  • problemen met vragen stellen en beantwoorden
  • problemen met overbrengen van informatie
  • communicatieve intentieproblemen (vragen, meedelen, gevoelens uiten)
  • onvloeiend spreekgedrag
  • hypospontaneïteit (niet meer antwoorden dan strikt noodzakelijk)

zwak metalinguïstisch bewustzijn (sluit aan bij taaldenken, taalredeneren)
Moeite met:

  • fonologisch en fonemisch bewustzijn
  • aanleren regels (OTT, OVT)
  • zinsontleding
  • woordontleding
  • conceptuele ontwikkeling (leren van begrippen)
  • aanleren vreemde talen

gebrek aan innerlijke taal

  • Gevolgen: problemen met planning, organisatie, opeenvolging van gebeurtenissen
  • Gebrek aan innerlijke taal zorgt ook voor slordigheid en vergeetachtigheid

De ernst en verscheidenheid waarin de kenmerken zich uiten zorgen ervoor dat OD zich manifesteert als een spectrumstoornis.